Lorena is terug

Een man zit hopeloos onder de plak van zijn gewelddadige vrouw, beweert hij. Als zij een keer in diepe slaap is, snijdt hij haar schaamlippen af, die hij ergens langs een autoweg dumpt. Aanvankelijk beweert hij dat het allemaal is omdat zijn vrouw in bed een dildo prefereert boven hem, maar dat verhaal verandert hij later: ze is uiterst gewelddadig en dwingt hem op die manier tot seks. In de rechtszaal wordt hem deze wending in zijn getuigenis niet aangerekend. Bovendien heeft hij als in een roes gehandeld, zegt hij, dus kan zijn daad hem niet toegerekend worden. Hij toont geen enkel berouw, niet kort na het gebeuren, niet tijdens de rechtszaak, niet in de jaren daarna. Hij komt er zonder straf af. Buiten het gerechtsgebouw wordt hij moreel gesteund door in groten getale opgedaagde mannenrechtenactivisten. Van de broodjes van de hotdogs die daar verkocht worden zijn de randen afgesneden, om de verzetsdaad van de man te vieren. Allerwegen wordt het geval gnuivend ontvangen: smalende grappen over de vrouw, lachend maken mannen een knipgebaar als teken van strijdbare verbondenheid. De vrouw ondergaat een plastisch chirurgische operatie en ten bewijze van haar herwonnen seksualiteit treedt ze op in enkele pornofilms waarin haar vagina prominent in beeld verschijnt.

U herkent waarschijnlijk het beroemde verhaal van Lorena Bobbitt die in juni 1993 de penis van haar man afsneed. Voor elk element van bovenstaande spiegelversie is er een pendant in het werkelijke verhaal. Is uw weerzin tegen mijn variatie op het thema even groot? Bijvoorbeeld bij het knipgebaar? Of bij de hotdogbroodjes? Nee, groter, vermoed ik.

Al sinds de oertijd wordt er gevoellozer gereageerd op pijn en lijden van mannen dan op sores van vrouwen. Logisch: mannen moesten geschikt zijn voor jacht en noodtoestanden, voor verwonding en dood. In principe is dat nog steeds zo: alle 343 brandweerlieden die omkwamen op 9/11 waren mannen (al mag je ze geen firemen noemen, want dat is exclusief taalgebruik: firefighters is de politiek correcte benaming). Voor het voortbestaan van een familie of een volk heb je minder mannen nodig dan vrouwen. Vandaar de bescherming van de vrouw in alle samenlevingen: voor hen lopen de mannen wacht op de muren, overleggen over het beleid, komen in de vuurlinie. Men noemt dit “gynocentrisme”: het in het centrum stellen van vrouwelijke veiligheid en welbevinden. Een element hiervan is de zogenaamde “empathiekloof”: onze evolutionair gegroeide neiging meer mee te voelen met vrouwen dan met mannen.

Van die empathiekloof nog een ander voorbeeld. In 2014 ontvoerde Boko Haram in Nigeria 180 schoolmeisjes. Wereldwijd medeleven was het gevolg. Maar wat velen nog steeds niet weten: al eerder had Boko Haram scholen overvallen, honderden leerlingen gedood, eenmaal zelfs levend verbrand – en het waren allemaal jongens. Op een gemengde school werden de meisjes vrijgelaten, de jongens gedood. Omdat de terreurgroep zo niet de aandacht van de wereld kreeg, probeerde ze het eens met de ontvoering – niet het doden! – van meisjes en dat werkte wel. Zo deed Boko Haram zijn voordeel met de empathiekloof.

Het feminisme borduurt voort op deze patronen. Het eist al meer bescherming en bevoordeling van vrouwen en doet elk mannelijk protest smalend af als kleinzerigheid. Gynocentrisme en empathiekloof spelen een hoofdrol in de trend waarvan #metoo deel uitmaakt. Een valse beschuldiging van seksueel geweld richt dikwijls evenveel schade aan als een lijfelijke verkrachting, soms meer. Maar vrouwen komen er meestal makkelijk mee weg.

Terug naar Lorena Bobbitt. Want ze is zelf terug! Ditmaal als middelpunt van een documentaire over “haar kant van het verhaal”. Als niet alle tekenen bedriegen, wordt ze daarin gepresenteerd als poster child (publiek symbool) van de seksuele onderdrukking van vrouwen en de bittere noodzaak van #metoo.

Naar aanleiding hiervan bespreken in een lange-afstandsgesprek Janice Fiamengo (zie post van 26 januari), Paul Elam (A Voice for Men) en Tom Golden (auteur van o.a. The Way Men Heal) het echtpaar Bobbitt en de stuitende ontvangst die het verhaal ten deel viel. De geluids- en beeldkwaliteit is af en toe niet goed, vooral vanuit huize Fiamengo. Maar er komen een aantal interessante gedachten langs.

Janice Fiamengo onderstreept nog eens hoe anders alles zou zijn opgevat bij een omgekeerde rolverdeling (vanaf 7:00) – zoals ik dat hierboven deed.

Het gynocentrisme – onderstreept vooral Tom Golden met de beelden van een algemene inenting en van de Möbiusband – zit ongelooflijk diep. Maar dan overvalt je toch opeens het cynisme waarmee John Bobbitt werd bejegend, de grappen over zijn afgesneden penis – ook van de kant van mannen (hierover Paul Elam vanaf 12:15).

Volgens berichten heeft Lorena Bobbitt een bijzonder laag IQ en ook John heeft kennelijk het zwarte garen niet uitgevonden. Onderzoek wijst op een correlatie tussen IQ en geweld: hoe lager het IQ, des te groter de kans op geweld in conflictsituaties (vanaf 22:20). Dat is (draag ik zelf bij aan het gesprek) een element van de verklaring waarom er in het algemeen meer strafbaar geweld wordt gepleegd door mannen dan door vrouwen: gemiddeld is er geen verschil in intelligentie tussen de beide seksen, maar zowel in de top (geniale begaafdheid) als aan de onderkant van de statistieken (problematische intellectuele armoede) zijn mannen oververtegenwoordigd. Het is natuurlijk maar één factor en de gewelddadige impuls van vrouwen wordt zeker algemeen onderschat, alleen al in de sfeer van huiselijk geweld. Maar interessant is het.

Is het extra ontzien van vrouwen, tot en met de krankzinnige toegeeflijkheid tegenover een zieke geest als Lorena Bobbitt, geheel terug te voeren op culturele conditionering? Golden vertelt (vanaf 27:00) van een onderzoek waarover hij heeft gelezen. Men ving tranen van vrouwen op en bewaarde ze (vgl. Psalm 56:9) om ze vervolgens bij mannen op de bovenlip te smeren. Daarop volgde bij die mannen een daling van het testosterongehalte. Het kan dus heel goed zijn dat het in zo’n beetje elke cultuur aanwijsbare gynocentrisme een belangrijke chemische component heeft (vgl. de rol van feromonen bij seksuele aantrekking): geuren die een beschermend instinct wakker roepen. Dat instinct – zo verbind ik de punten – zal niet alleen onmiddellijk werken, maar ook tot een geconditioneerde reflex worden in de loop van de socialisatie. Het lijkt een belangrijk spoor van onderzoek.

Plaats een reactie