Voor die verdiensten hoeft Trump niet op veel erkenning te rekenen, evenmin als voor zijn economische en internationale successen. Sterker, nooit is een president vanaf de dag van zijn verkiezing met zoveel haat en vastbesloten obstructie begroet. Vijftig leden van het Congres weigerden de inauguratieplechtigheid bij te wonen. “The Resistance” noemen zich velen die binnen en buiten het Witte Huis zwoeren de regering vleugellam te maken en, via voortdurend spreken van een afzettingsprocedure en een aanhoudend bombardement van beschuldigingen, insinuaties en scheldwoorden, Trump het politieke leven zuur te maken en zijn persoonlijke weerstand uit te hollen. Jawel, “The Resistance”, “het verzet”: alsof het tegen een nationaalsocialistische bezettingsmacht ging – en niet zelden werd het met zoveel woorden zo gezegd. Delegitimeren van de zittende president is tot op vandaag het dagelijks handwerk van vooral de Democraten. Het moet gezegd dat met de tijd veel traditionele Republikeinen zijn bijgedraaid, zij het ook niet allemaal. En de pers – New York Times, Washington Post, CNN – is alleen maar verder geradicaliseerd. Het is een werkelijk ongekende situatie, die merkwaardig genoeg door velen uitsluitend wordt teruggevoerd op de beweerde absolute onmenselijkheid van Trump en van zijn kiezers.
Het is opvallend hoe weinig de pers in ons eigen land die situatie als problematisch aan de orde stelt. Ook haar uitgangspunt lijkt veelal te zijn dat Trump zelf het eigenlijke probleem is – in verband met een wereldwijde opkomst van “populisten”, die zogezegd de nieuwe fascisten en nazi’s zijn – en dat tegen hem inderdaad alle middelen wel eens geoorloofd konden zijn. Het aanvechten van de waarde van de verkiezingsuitslag zou, als Trump en de zijnen het gedaan hadden na een overwinning van Hillary Clinton, ook in Nederlandse kranten en televisieprogramma’s ongetwijfeld gepresenteerd zijn als een populistische poging de democratie te ondermijnen. “Not my president!” schreeuwden agressieve betogers op 8 november. Het is duidelijk met wat voor commentaar zulke beelden waren omlijst, had de bedoelde president Barack Obama of Hillary Clinton geheten. Madonna sprak haar verlangen uit het Witte Huis in brand te steken. Men stelle zich even voor dat een van de deplorables dat had gewaagd.
Zogenaamd humoristische oproepen tot moord, van het soort waarvoor in ons land onlangs tegenstanders van Thierry Baudet gestraft werden door hun werkgever of zelfs strafrechtelijk vervolgd, waren in de VS na Trumps overwinning aan de orde van de dag. “End Trump!” heet een hoofdstuk in Hansons boek waarin hij een aantal voorbeelden geeft. Hij vergelijkt de geest van haat in het land met die van 1968 en zelfs met die van 1860, aan de vooravond van de Burgeroorlog (p. 287). Comédienne Kathy Griffin publiceerde een foto waarin ze een bloedig zogenaamd afgehakt Trump-hoofd aan de haren vasthield. Als het het hoofd van Obama of Clinton was geweest, had het beeld op uw netvlies gebrand gestaan, daar had ook in Nederland de pers wel voor gezorgd. Een toneelgezelschap verving de te vermoorden tiran Julius Caesar in Shakespeares drama avond aan avond door Donald Trump. Rapper Snoop Dogg schoot in een video op een gelijkenis van de president. Acteur Johnny Depp refereerde in een interview grappend aan de moord op Lincoln: “Wanneer was de laatste keer dat een acteur een president vermoordde?…. het wordt misschien weer eens tijd.” Een geschiedenisprofessor aan California State University riep op om Trump op te hangen, een collega van Hanson aan het Hoover Institute mijmerde op de Duitse televisie hardop over de mogelijkheid van moord om het Witte Huis te reinigen. Een lid van de wetgevende vergadering in Missouri schreef op haar Facebookpagina: “Ik hoop dat hij vermoord wordt.” (p. 282v.). Enzovoorts. We zwijgen van de scatologie en van de extreme seksuele scheldkanonnade van late-night gastheer Stephen Colbert (p. 285v.). Nogmaals: de meeste Nederlandse journalisten vonden en vinden dit alles niet verontrustend, nu het niet Obama of Clinton betreft maar een van de koppen van de door hen zelf telkens weer zo gretig opgeroepen populistische draak.
Het blijft niet beperkt tot de persoon van de president zelf. De overheidsdienst Immigration and Customs Enforcement heeft de impopulaire taak aan de grens met Mexico het wettig verloop van de immigratieprocedure te waarborgen en in dat verband eventueel illegale immigranten uit te zetten. Als dank worden haar agenten van ter linkerzijde als een soort SD’ers afgeschilderd. Acteur Peter Fonda stelde een dappere verzetsdaad voor: “Probeer er achter te komen waar hun kinderen naar school gaan en omsingel de scholen” (p. 288). De onlangs afgetreden minister van Binnenlandse Veiligheid, Kirstjen Nielsen, werd door een meute van “Democratisch Socialisten” een restaurant uitgedreven en persvoorlichter Sarah Sanders werd met haar familie door de uitbater uit een restaurant gezet, omdat medewerkers van de Trump-regering daar niet welkom waren. Dit alles volgens een recept aangereikt door Democratisch lid van het Huis van Afgevaardigden Maxine Waters, die heel zeker weet dat “God is on our side” (zie vooral vanaf 0:50):
Wat verklaart deze waanzin, dit Trump Derangement Syndrome? Hanson wijst erop dat Trump zich in zijn campagne tegen de hele gevestigde orde richtte: tegen het progressieve project van het tijdperk Obama-Clinton, tegen het Republikeinse establishment, tegen de spreekwoordelijke Deep State, d.w.z. de ambtelijke blijvers in het centrum van de macht met hun netwerken en hun unieke insiderskennis (p. 282). Het aantal mensen dat zich bedreigd kon voelen was daarmee zeldzaam groot en machtig – met een gemakkelijke toegang tot de media. En zoals Trump de ene helft van Amerika had aangesproken en uit zijn onmacht opgewekt, zo werden zij ertoe gedreven hun eenheid met de andere helft te bevestigen: wat hen verenigde was, gemeten aan de wereld zoals zij die tot dan toe meenden te kennen, werkelijk een existentiële bedreiging. Zo mag ik Hansons visie op dit punt wel samenvatten en in elk geval zie ik het zelf zo.
Wat hoopt men te bereiken met de aanhoudende stroom van negatieve berichtgeving? Kennelijk is de gedachte: hoe onwaar (zoals de collusie-hoax), hoe onredelijk (zoals de stelling dat de negatieve uitkomst van Muellers onderzoek geen negatieve uitkomst is), hoe hatelijk (zie hiervoor) het ook is wat wij te berde brengen, op een gegeven moment zal het Trump en zijn aanhang toch gewoon een keer teveel worden – de loutere hoeveelheid negativiteit zal op zeker moment een kritische massa bereiken die de zaak reddeloos maakt (p. 290, 293, 308v.). De strijd gaat tenslotte niet tegen een persoon, hoe uitzonderlijk en slagvaardig ook, maar voor het behoud van een machtsverhouding, van een toekomst waarin men zichzelf tot voor kort als de voorgoed bovenliggende partij zag. Die droom werd door Obama en Clinton belichaamd. De door Trump opgeroepen nachtmerrie vraagt om de vernietiging van zijn persoon om een voorbeeld te stellen. Hanson citeert Michael Caputo, een ondergeschikte medewerker aan de Trump-campagne, die door Robert Mueller nooit aangeklaagd, maar door het onderzoek wel bijna financieel geruïneerd werd (p. 330):
Ik denk dat ze de president willen vernietigen, ze willen zijn familie vernietigen. Ze willen zijn bedrijven vernietigen. Ze willen zijn vrienden vernietigen, zodat geen enkele miljardair over laten we zeggen vijftig jaar op een dag wakker wordt en tegen zijn vrouw zegt: “Weet je, dit land is kapot en alleen ik kan het maken.” Zijn vrouw zal zeggen: “Ben je gek geworden? Heb je gezien wat er met Donald Trump en iedereen om hem heen gebeurd is?” Dat is waar het hier om gaat.”
(wordt vervolgd)